Bestuurlijk sterk en intellectueel afgevlakt? Word wijs, ga voor wijsheid én impact.

De succesparadox van de toezichthouder

Wie zou verantwoordelijkheid moeten nemen voor de kramp in het denkklimaat binnen de financiële sector?

Sinds de paniek van de crisis wegzakte, werkt de toezichthouder ijverig aan de invulling van zijn verantwoordelijkheid: klantbelang moet écht centraal en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van financiële instellingen mag geen window-dressing zijn.  Maar het effect kent een grote tragiek. Voor de economie en ons allemaal.

De vertaalslag van de inspanningen op de werkvloer gaat als volgt. De grote druk wordt doorvertaald naar beneden: “als we dit niet doen, dan hebben wij echt een groot probleem”. De voeding van de boodschap is: “het moet echt van de toezichthouder”. De behoeften van de toezichthouder domineren het ontwerp van de praktijkontwikkeling binnen financiële instellingen, de normen worden opgelegd. Dat is nodig. Én funest.

De toezichthouder heeft te maken met financiële instellingen die vooral en in de eerste plaats de ‘moetjes’ willen ‘aftikken’ – daarop anticiperen zij, waarmee beiden elkaar gevangen houden. In de klem van verantwoording afleggen en zelfbehoud ontstaat een clichée-matig effect zonder ziel. Waardoor juist zíj die altijd integer en waardengedreven handelden en de crisis als louterend ervoeren, er nu geen zin meer in hebben.

Laten we eens écht luisteren. Laat er eens een écht goed gesprek gevoerd worden tussen financiële instellingen en de toezichthouder. Zonder te schermen met verplichtingen en repressie-middelen.  Laat er eens écht contact zijn om te ontdekken wat er nodig is. Zou dat werken?

Levert dat zeker het juiste resultaat op? Is dat echt een goede oplossing? Laten we dat filter alsjeblieft uit ons denken verwijderen! De prijs van het volgen van managementsamenvattingen en politiek is te hoog.

Een leap of faith is onvermijdelijk

Een leap of faith is onvermijdelijk. We kunnen dat mechanisme best een tijdje negeren, maar de wetten van de werkelijkheid zijn sterker. Er bestaan geen garanties op concrete resultaten van reflectietijd. We kunnen niet open in gesprek zijn en vooraf precies weten wat dat waard zal zijn. En we hoeven effectiviteit van oplossingen niet eerst te bewijzen voordat we ons openstellen van andere manieren van denken. Niet anno 2018. Niet als we de vragen onder ogen durven komen, die zich als schaduwen op het decor aftekenen.

Wie zou verantwoordelijkheid moeten nemen voor de kramp in het denkklimaat binnen de financiële sector?

Het is namelijk een begrijpelijke strategie: je verantwoordelijkheid dragen en nemen door je te wenden tot de bijbehorende machtsmiddelen. Dat is niet verwijtbaar, gebeurt overal, is politiek verstandig en juridisch waterdicht. Edoch blijft er een vraag liggen waarvan we eigenlijk niet weg zouden moeten willen kijken. Een vraag die ertoe doet, maar als je ‘m stelt, riskeer je onmiddellijk de druk ook een goed antwoord te moeten produceren. Een sluimerende rotvraag. Die mijnsinziens, gegeven het gewicht van de vraag, echt een plek verdient in het discours.

Want zo werkt dat met de succesparadox. Uit zelfbehoud, omwille van terecht politiek-strategische afwegingen en verstandig risico-mijdend gedrag, laten we niet de vragen toe die er echt toe doen. De tragiek ligt er vervolgens in dat we daarmee onszelf gevangen houden. Gevangen in het stramien van succes en zelfbehoud, waarmee Want is de succesparadox: het fenomeen dat reflectie belangrijker wordt naarmate je meer succes hebt en het tegelijkertijd steeds lastiger wordt om reflectieruimte te vinden. Het is de verklaring waarom reflectie lastig is als het ertoe doet.